“Mijn cultuur is gebaseerd op delen en interactie. Hier is het leven individueler,” zegt Ehab uit de Palestijnse gebieden. Nederland erkent deze gebieden niet als de staat Palestina. Daarom wordt Ehab door Nederland gezien als staatloos. Hij woonde in de West-Bank, maar reisde regelmatig al naar Europa vanwege zijn werk. “In Palestina moet je tienduizenden banen doen om te overleven. Maar ik koos altijd voor werk waarvoor ik passie had. Dus ik was een politieke gids, filmmaker, clown en traumapsycholoog.”
Als politieke gids ontmoette hij een Marokkaans-Nederlandse vrouw, op bezoek met tien dames uit Nederland. “Het begon met een vriendschap en werd liefde.” Hij verliet zijn geliefde Westelijke Jordaanoever om in oktober 2023 te trouwen in het stadhuis van Rotterdam. Hij was nog nooit eerder in de stad geweest. Wel in Nederland, in het begin van 2020, voor corona. “Toen heb ik mijn korte film ‘Survival’ laten zien hier. Ik was hier maar zes dagen, maar mijn eerste indruk van Nederland was de hoge prijs van de trein,” lacht hij. “Het land was ook groener dan ik daarvoor dacht. En het viel me op dat het land geen bergen had. Ik denk dat het opviel omdat mijn land wel veel bergen heeft.”
Individueel en eenzaam
Maar in Rotterdam viel hem grotere verschillen op tussen zijn thuisland en hier. In Palestina zijn we een gesloten gemeenschap. Dat moet wel, want niemand komt makkelijk in het land. Dus om hier zo’n groot aantal aan nationaliteiten en culturen te zien is mooi.” Maar het lukt Ehab nog niet om leuk contact te krijgen met al deze mensen. “Normaal kan ik me makkelijk mengen met mensen, maar hier niet. Bijvoorbeeld, toen ik hier net was, groette ik mensen in de supermarkt in het Nederlands. Maar ik kreeg geen antwoord. Dus ik ben nu gestopt om mensen te groeten of naar mensen te kijken. Ik doe maar oordopjes in.” Dat is een groot verschil met zijn cultuur in zijn thuisland. “Mijn cultuur en gewoontes zijn gebaseerd op delen en interactie. Hier is het leven individueler en eenzamer. Dus ik moet mijn mentaliteit veranderen om hier te overleven.” Het gebrek aan interactie is deels Nederlands, maar volgens Ehab ligt het ook echt aan de stad. “In Amsterdam en Utrecht voel ik me wel vrijer, daar laten mensen je in je eigen waarde. Daar zie ik ook meer culturele evenementen.” Het gebrek aan contact maakt hem depressief. “Want de aardigheid van mensen is als water voor planten. Zonder dat, ben je dood.”
Belasting betalen tot de Gouden Eeuw
Ehab probeert nu vooral de connectie te vinden met mensen door onze taal te leren. “Want taal is niet alleen een middel om te communiceren, het reflecteert ook de cultuur. Dus hoe meer je de taal begrijpt, hoe meer je de cultuur begrijpt.” Hij volgt verplicht inburgering, maar het valt niet mee. “Mensen onderschatten me. Ze blijven me vertellen dat ik belasting moet betalen of dat ik mijn vrouw niet moet slaan. Ik moet over de Gouden Eeuw leren, maar ik ben daar tegen. Het motiveert mij niet om de taal te leren. En de taalstructuur is al overweldigend. Dus het voelt alsof ik mijn hersenen moet herstarten. Maar als ik mensen om me heen leer te begrijpen, voel ik me toch relaxter; dan weet ik waar ze het over hebben.”
Palestijns eten en liederen
Het helpt Ehab om hier de Palestijnse gebruiken aan te houden. “Ik kook altijd Palestijns eten. Ik zing ook Palestijnse liederen.” Hij vindt ook connectie met zijn thuis op de markt. “Daar zijn zoveel verschillende mensen, dat verbindt me ook met mijn land. Bovendien kan ik daar wél met verkopers praten. Dat vind ik leuker dan de groenten te scannen aan een automaat en naar huis te gaan.”
Toch is het ook moeilijk om aan zijn thuisland te denken vanuit Nederland. “Het is moeilijk om op tv en online te zien dat je eigen mensen afgeslacht worden terwijl jij je veilig voelt. Dat laat je je ook geïsoleerd voelen. Want het maakt niet uit hoeveel je het uitlegt, andere mensen zullen niet begrijpen wat je pijn en angst is.” Veel inwoners van Rotterdam zijn solidair met de situatie in de Palestijnse gebieden en uiten dar ook. “Ik was daar echt verbaasd over. Dat vond ik wel een beetje positief. Tegelijkertijd vind ik het moeilijk om erover te praten omdat mensen dan naar je kijken als een terrorist of als een zielig persoon. En in beide gevallen vergeten ze dat je een mens bent. Onderschat me niet omdat ik een Arabier ben, maar juich me ook niet toe omdat ik Palestijns ben. Zo voel ik me toch niet vrij om de kufiya – een Palestijnse sjaal – te dragen, want mensen staren naar me.”
De hemel op aarde
Als hij zijn vrouw niet had ontmoet, had hij dan ook nog in de Westelijke Jordaanoever gewoond. “Want het is elke dag een school, je leert er elke dag, en je geniet elke dag, ongeacht de moeilijkheden die je ziet. Er is altijd een oplossing, er zijn altijd mensen die helpen. Palestina geeft je niet alleen een plek om te leven, het geeft je een identiteit. Je voelt dat in je ziel, voordat je het bedenkt in je hersenen. De plek verwarmt je hart nog meer dan het je huid verwarmt. Ik zou het de hemel op aarde noemen.”
De filmindustrie naar de straat brengen
Toch is het zijn plan in Rotterdam te blijven wonen, met zijn vrouw. Maar zijn toekomstdromen reiken verder dan alleen de stad. “Ik wil een filmschool starten die niet in een bepaalde plaats staat, maar op straat. Zodat mensen film kunnen leren maken in Palestina, Rotterdam, Marokko en Italië. Ik wil de filmcultuur veranderen van de rode loper-cultuur en duizenden uren van bureaucratie en fondsen naar de straat. Net als hiphop. Het is mijn droom dat mensen op straat leren om film te maken in plaats van op school.”
