“Ik had witte mensen in Rotterdam verwacht, maar al die nationaliteiten zijn cool”, zegt Sara uit de Malediven. Ze kwam naar Rotterdam voor de liefde. “Ik werkte in Sri Lanka en daar ontmoette ik een Nederlandse man uit Rotterdam en we werden verliefd. Toen moesten we plannen hoe en waar we samen zouden leven. We wilden graag rondreizen en ergens anders langer wonen. Zo hebben we acht jaar gereisd; we hebben in Australië en Taiwan gewoond.” Maar uiteindelijk kozen ze Rotterdam. “Want hij is een vliegtuig-engineer, dus hij heeft weinig opties om in het buitenland te werken. En nu heb ik ook werk in Rotterdam, dus dit bleek het beste voor ons beide.”
Ze arriveerde in juni in Rotterdam. “Het was gelukkig zomer waardoor het geen grote shock was met het weer. Dus het leek alsof ik op vakantie was. Ik dacht dat ik hier een paar maanden zou zijn en vanwege zijn werk weer zou verhuizen. Maar we besloten om te blijven.” Sinds covid zijn ze niet meer vertrokken uit Rotterdam. Sara trok eerst bij hem in, maar inmiddels hebben ze samen een appartement. “We kijken nu zelfs naar een huis met een tuin om heen te verhuizen. Maar het voelt nu soms wel saai voor ons want we ontmoetten elkaar toen we reisden,” lacht ze.
Veel nationaliteiten maar geen helder water
Gelukkig houden alle verschillende bewoners van onze stad het spannend voor Sara en haar vriend. “Mijn verwachtingen waren om witte mensen te zien, maar hier zag ik zoveel verschillende nationaliteiten… allemaal verschillende mensen. Heel cool! Mensen zeggen over Amsterdam dat het internationaal is, maar dat is Rotterdam.”
In het begin vond Sara het lastig om zich thuis te voelen. “Want ik had geen zee, strand, ik moest schoenen dragen..” lacht ze. “Ik ben natuurlijk verwend met het kristalhelder water zoals de Malediven kennen. Al woonde ik niet aan die privé-eilanden die je kent van de foto’s hoor. Ik woonde in de hoofdstad Malé, waar ik weinig ruimte had om te leven. Rotterdam is echt een mooie stad als ik het vergelijk met Malé. En het water hier is prima te doen in de zomer, als het helderder is. Dan zal ik weer gaan zwemmen.”
Discriminatie
Ze probeerde een baan te vinden in de stad, maar dat bleek lastig. “Mijn naam is Sara Mohammed. Toen ik begon met solliciteren, kreeg ik veel afwijzingen. De oom van mijn vriend zei dat het misschien lag aan mijn achternaam.” Toen ze haar achternaam in de naam van haar partner veranderde, kreeg ze minder afwijzingen. “Hetzelfde gebeurde bij mijn huisarts. Toen ik belde en mijn achternaam noemde, kreeg ik geen afspraak. Toen mijn partner belde kreeg ik wel een afspraak. Echt belachelijk.” Later heeft ze haar foto én achternaam in haar cv veranderd en zelfs de achternaam op haar Nederlands paspoort. “Dat maakt het weer lastig als ik naar de Malediven ga, want daar zien ze een andere achternaam in mijn paspoort van de Malediven dan mijn Nederlandse paspoort.”
Vrienden maken
Toen ze eenmaal haar eerste baan binnen had, probeerde ze ook vrienden te maken. Dat bleek lastiger dan gedacht. “Ik weet nog dat ik mijn eerste baan had in het Hilton Hotel en tijdens de lunch werd uitgenodigd door mijn collega’s aan tafel. Echter bleven ze allemaal Nederlands praten, dus ik kon het gesprek niet volgen.”
Ook had ze moeite met de Nederlandse directheid. “Toen mensen iets zeiden, vond ik ze vaak onbeschoft. Maar ik ben het steeds meer gaan waarderen en ik doe het zelf ook iets meer.”
Inmiddels voelt Sara zich thuis in Rotterdam. ‘Onze reizen zijn afgedrukt, dus ons huis hangt vol met herinneringen van onze reizen — waaronder ook veel uit de Malediven. Zo voel ik me toch thuis.'”
Visliefhebbers gezocht
Als je je thuis wilt voelen in een nieuw land, kan het helpen om tradities uit je eigen land te volgen. Helaas kan ze in Rotterdam niet genieten van de tradities uit de Malediven. “Zo eten we altijd vis, tijdens ontbijt, lunch én diner. Maar mijn partner houdt niet van vis. Ik probeer wel soms iets te maken met vis erin, maar ik eet het dus niet vaak. Want ik vind het leuker om te delen. Toen mijn vriend weg was voor werk, had ik mijn buurman uitgenodigd om te komen eten. Zelfs hij gaf aan dat hij geen vis at. Dus we zijn buiten wat gaan eten. Ik breng wel eens maaltijden vanuit huis, maar dan eet ik het vaak alleen. Mensen houden niet vaak van de vis die in het maaltijd zit en de geur die erbij hoort, dat ruikt heel sterk. Het is wel jammer dat ik mijn maaltijden dat ik niet kan delen.”
