"Je moet gewoon op mensen afgaan en met ze praten. En niet opgeven."

Beverwijk: Hellen, Suriname

“Je moet met mensen praten en niet opgeven,” zegt de Surinaamse Hellen uit Beverwaard. Deze vrijwilliger is bekend in de wijk omdat ze iedereen met elkaar verbindt. Ondanks dat de organisaties die zorg aanbieden veranderen – van Pit 010 tot SOL – de 75-jarige Hellen blijft.  

“Ik begon met het organiseren van de Nationale Speeldag: een straatfeest om de mensen In de wijk beter te leren kennen.” Dat was ook het eerste bewonersinitiatief; een initiatief waarmee bewoners met geld van de gemeente iets leuks kunnen organiseren om de wijk te verbinden. Na dat en meer tien jaar georganiseerd te hebben, richtte ze zich op volwassenen en daarna senioren. Nu is ze het middelpunt van de wijk.  

Plek vinden in Nederland

Hellen is geboren in Suriname, maar kwam naar Nederland om haar opleiding te voltooien om in het onderwijs te werken. “Mijn tante woonde hier al en zei dat ik kon komen. Het ging gelijk goed, al miste ik mijn moeder in Suriname wel.” Ze kwam hier op haar achttiende, maakte haar opleiding af en kon direct aan de slag bij een katholieke school. “Ik moest hele conservatieve kleren aan en mocht geen los lang haar of lippenstift dragen; dat vond ik niet leuk.” Ze gaf bij haar tante aan dat ze terug wilde naar Suriname. “Dan maar vuilnisman worden daar, prima.” Maar zo makkelijk liet haar tante Hellen niet gaan. Ze stelde Hellen voor om de verpleging in te gaan. Daar moest ze de vloer schoonmaken met een tandenborstel en een overledene afleggen. “Dat vind ik onderdanig; dat ga ik echt niet doen. Dus ik wilde echt naar huis. Maarja, ik had geen geld om terug te gaan. Het duurde echt een jaar voordat ik me besefte dat ik me aan moest passen en iets moest vinden dat wel bij mij paste. Toen opperde iemand dat ik goed was in typen dus kantoorwerk misschien iets was voor mij.” En dat klopte. Zo probeerde ze het nogmaals bij een incassobureau; dat bleek wel een succes. “Je zit binnen en komt met mensen in contact. Dat vond ik leuk.” 

Beverwaard leren kennen

Hellen kwam in Nederland niet direct aan in Beverwaard. “Mijn man, ik en onze twee kinderen woonden in Blijdorp, ook een hele leuke wijk. Maar daar zijn geen grote huizen. En we kregen drie extra kinderen. Dus we zochten iets groters. Zo kwamen we hier terecht. “Een man hier vertelde me dat ik de Rijksweg binnenkort niet meer zou zien omdat het hier volgebouwd zou worden.” En dat bleek toen Hellen hier kwam wonen.  

Hellen leerde de wijk goed kennen. “Er woont hier van alles: van jong tot oud met verschillende culturen; heel gemixt. Daar hou ik van!” En alle culturen leven volgens Hellen goed samen, al was dat vroeger anders. “Vroeger kenden we nog wel een Antiliaanse groep die zich wat opstandig gedroeg, maar door verschillende projecten en organisaties is ook dat opgelost. Al die organisaties, zoals SOL nu, werken met iedereen op hun eigen manier. Dat is gewoon nodig. Zo is er wel genoeg te doen nu in de wijk. Niet iedereen wil iets organiseren, maar als wij iets organiseren, sluiten zij wel aan.”  

Van de Tropische Tuin tot een seniorenclub

Al snel raakte Hellen in contact met al die verschillende wijkbewoners. “Ja, ik maak gewoon een praatje met iedereen. En ik loop gewoon overal naar binnen om te vragen wat het is en wat er te doen is. Dus ik ken wel mensen en plekken. Daarom werd ik benaderd om na te denken over wat te doen met een stuk grond dat over was nadat daar huizen gesloopt waren. Toen heb ik mensen gezocht en met hen nagedacht. We kregen wat geld van de gemeente en daarmee hebben we een Tropische Tuin opgezet. Ik heb zelf geen groene vingers, maar heb het wel een beetje gecoördineerd.” 

Ook organiseert ze wekelijks activiteiten voor een groep van 35 senioren en deze is erg populair. “Ik praat gewoon met mensen en dan vraag ik of ze erbij willen. Ja, en nu zit de groep vol.” Ze doen van alles, maar Hellen is wel de motor achter de groep die het meeste organiseert. “We bewegen samen, want dat is heel belangrijk als je ouder bent. En ik zorg dat ze voorlichting krijgen over ziektes zoals dementie. Of over andere onderwerpen; ik gebruik alles wat ik hoor en zie en zoek informatie op voor de groep als ik het niet ken. Zoals over code rood; dat heb ik meegemaakt tijdens mijn vakantie in Ibiza. Wanner maak je dat nou mee? Maar ik probeer ook kunst- en cultuuruitjes te organiseren. Zo gaan we de komende tijd naar het Wereldmuseum.”

Verbinden: met gebak en gesprek

Zo is Hellen ook achter de balie van het Huis van de Wijk de Focus beland, waar ze twee dagen in de week bezoekers helpt. Op deze manier houdt ze de wijk bij elkaar. Haar geheime recept? “Wat lekkers; daar houdt iedereen van. Dat vinden mensen gezellig dus dat verbindt. In onze wekelijkse groep neemt altijd iemand anders ook iets lekkers mee.” Maar het gaat ook over de inhoud. “Ik houd niet van roddelen. Wij praten mét mensen, niet óver mensen.” Daarbij hoort het om vragen te stellen. “Ooit spraken wijkbewoners over kleding van enkele Marokkaanse bewoners die lange jurken dragen. Dan ga ik niet met die wijkbewoners over hen praten, maar gewoon met ze in gesprek. En nu weet ik waarom; dat zit ook gewoon comfortabel.”  

Hellen staat altijd open voor een kletspraatje, maar als er meer nodig is, is dat ook geen probleem. “Soms komen ze met een probleem naar mij toe. Dan bespreken we een oplossing; dat kan soms heel simpel zijn. Ik vind het ook leuk om kinderen te helpen. Soms voelen zij zich dom als ze iets niet kunnen, maar dan laat ik zien dat ik ook iets niet kan. En ik ben ook niet dom.”  

Als ze bijeenkomsten organiseert voor haar groep, houdt ze ook rekening met iedereen. “Ik bereid me goed voor en ik denk aan iedereen. Zo zal niet iedereen geïnteresseerd zijn of het snappen, dus heb ik een rondleiding geregeld. Dat kost even wat extra tijd, maar zo ben ik nu eenmaal. Ik ga geen mensen buitensluiten. Ik vertel ook iedereen in de groep dat ze elkaar moeten helpen. Dat hoort, vind ik.” 

Soms lukt het niet altijd om iedereen erbij te betrekken. “Sommige groepen zijn lastig om erbij te betrekken, zoals Chinezen. Maar ik probeer het wel. Ik praat met ze en nodig ze uit voor koffie. En ik geef nooit op.” 

Waarom ze dit doet? “Voor mezelf. Ik vind het gezellig om met zoveel mensen te zijn en dingen te doen. Ik hou er ook van om nieuwe dingen te leren door al die activiteiten.” 

 

 

Want to read more stories?