"Ik praat geen Maleisisch en ik ben nog nooit in Indonesië geweest, maar ik hou van Indonesisch eten en koester een Indonesisch beeld van mijn moeder."

Centrum: Indonesië, Carel

“Wij Rotterdammers zijn wereldburgers. Dus we moeten van elke cultuur wat weten,” zegt Carel in het Rotterdamse centrum. Met een Indonesische moeder groeide hij op in Rotterdam-West, waar hij steeds meer mensen met verschillende culturen zag komen. Hij was en is nog steeds altijd de verbindende factor. De meeste mensen in het centrum kennen ‘m dan ook. “Ik weet niet, ik heb iets ontwapenends of iets opens, ik praat makkelijk en ik heb nooit ruzie.”

Carel is een echte Rotterdammer. “Ik spreek Rotterdams en doe alles met Rotterdam,” lacht hij. Bijna elke bewoner uit het centrum kent deze inmiddels gepensioneerde dan ook. Dat is niet gek; hij is overal in de stad bezig. Het begon al op vroege leeftijd, toen hij honkbalde bij Sparta. “Bij alle teams waar ik zat, zijn we kampioen geworden.” Zo bezocht hij vele landen. Daarna werkte hij als tussenpersoon tussen de gemeente en de markten van Rotterdam en later voor de Stadsmarinier in o.a. Delfshaven. Nu hij met pensioen is, zit hij nog niet stil. Zo werkt hij mee aan de organisatie van Chinees Nieuwjaar in Rotterdam en zit hij in het bestuur van de ondernemers van de Binnenweg. Zo kwam hij ook in contact met kunstenaars en nu helpt hij ook bij het plaatsen van kunst in de stad, zoals ‘Calypso Falls’, achter de Calypso-flat, en de Vlindertuin in Delfshaven. “Ik vind het leuk om dingen voor Rotterdam te blijven doen. Het is een gave stad.”

Indonesisch(e) eten en geschiedenis

Ondanks zijn Rotterdamse accent en Indonesische roots, heeft zijn moeder hem opgevoed met algemeen beschaafd Nederlands. “Ik kon Maleis wel verstaan, maar niet spreken. Daar baalden ik en mijn zussen en broers wel van. Maar mijn moeder hield ons voor dat we in Nederland moesten integreren en Maleis geen wereldtaal was, dus we het niet hoefden te leren. Nu heb ik er geen behoefte meer aan.” Hij viert geen feestdagen of beoefent tradities vanuit Indonesië. “Sterker nog, het is een van de weinige landen waar ik nog nooit geweest ben!” lacht hij. Zijn moeder nam hem wel mee naar buurten waar Molukkers woonden in Nederland. “Al die gordijntjes zaten dicht, maar mijn moeder wist altijd toch een gesprek aan te knopen,” zegt hij trots.

Naast de geschiedenis kreeg Carel nog iets mee uit de Indonesische cultuur: eten. “Ja, we gingen wel naar Pasar Malams. En mijn moeder gaf ons een rijstkoker en een wadjan (wok) toen ik en mijn broers en zussen het huis uitgingen,” lacht hij. Carel kreeg nog één cadeau nadat hij uit huis was gegaan, dat wel verwijst naar zijn roots. “Mijn moeder had een beeld uit Indonesië meegenomen toen zij ooit naar Nederland kwam, dat wilde ik graag hebben. Inmiddels heb ik het beeld in mijn bezit en ik ben er heel trots op.”

Steeds meer culturen

Carel houdt van eten uit veel verschillende culturen: “Roti of een heerlijke Indiase curry bijvoorbeeld”. Hij leert zijn kinderen en kleinkinderen ook van alles te eten. “Mijn achterkleinkind van vier jaar eet ook alles. Ik heb ze inktvis en eend laten eten en verteld dat het kip is. Ze vond het heel lekker. Nu heb ik het wel verteld hoor,” lacht hij. Hij is nieuwsgierig naar meer dan eten uit diverse culturen. Hij vindt dat dat hoort, als je in Rotterdam woont.

Toch was de stad niet zo divers als het nu is. “Eerst kwamen de Italianen, toen de Turken en de Marokkanen. In de jaren vijftig was mijn moeder één van de eerste zwarte vrouwen in het centrum van. Rotterdam. Daarna, in de zeventiger jaren, werden de eerste Surinamers geronseld. Ze kwamen op Schiphol en kregen letterlijk een briefje waarin stond dat ze een uitkering kregen. Daarna mochten ze een huisje onder de huurwaarde huren. Ze werden voornamelijk in de zijstraten van de West-Kruiskade gezet. Toen ik later even in Spangen woonde, had 95% van de bewoners rondom mijn huis buitenlandse roots.”

Samen tegen rattenoverlast of de handhaving

Carel verbindt alle mensen uit verschillende wijken en culturen. Zo trommelt hij de bewoners in zijn straat op om een oplossing te bedenken tegen de rattenoverlast en hij helpt ondernemers als ze zenuwachtig worden van een controle door de handhaving. “Niet iedereen op de markt kan lezen en schrijven hè? En dan moeten ze hun vergunning laten zien aan de handhaving. Dat lukt door de stress dan niet. Dus dan bellen ze mij, en dan bel ik met een leidinggevende van de handhaving, dat ik ooit die aanvraag heb gezien. Dan is het goed.” Daarom wil Carel dat we wat meer interesse in elkaar en elkaars culturen gaan tonen. “Je moet gewoon vragen hè, interesse tonen.”

Maar nieuwkomers kunnen ook iets leren van Rotterdam. “Rotterdammers zijn duidelijker. Ze staan ergens voor; zijn trots op hun stad.” Dit combineert hij met de openheid en warmte die hij mee heeft gekregen vanuit zijn Indonesische roots. En zo is Carel een echte Rotterdammer.

Want to read more stories?