“Daardoor denk ik bij Nederlanders nog steeds aan Totoks,” grapt Joop uit Pernis. “Zo noemde mijn moeder ze.” Zij komt uit voormalig Nederlands Indië en heeft de oorlog en het bijbehorende jappenkamp en de vrijheidsstrijd van de Indonesiërs ervaren. Ze kwam naar Nederland nadat ze trouwde met een Nederlandse KNIL-militair. “Eenmaal hier, klaagde mijn moeder altijd over Nederlanders. Dat ze niet gastvrij zijn, dat het in Nederland niet gebruikelijk was om huishoudhulp te hebben… ze probeerde ook lang smartengeld van de overheid te krijgen omdat ze moesten vluchten voor de Indonesiërs.”
Joops moeder was gescheiden en niet gezond dus zat in de bijstand. Daardoor had ze te maken met veel regels die ze moeilijk vond. “Ze was dan ook altijd bang voor en tegen de overheid. Ze wilde zich eigenlijk nooit aanpassen aan Nederland.” Daardoor kreeg Joop angst mee in zijn opvoeding. “Ik was ook best angstig, tot mijn huwelijk op mijn 19e. Toen moest ik mijn eigen positie in de maatschappij veroveren. Daardoor ben ik over mijn rechten gaan denken; ik werd een felle donder. Nu ben ik blij dat ik me wel heb kunnen schikken naar Nederland.” Verder heeft hij uit zijn opvoeding van zijn moeder de Indische keuken meegekregen.
Een wachtlijst voor Joops activiteiten
En daar geniet niet alleen zijn vrouw, maar meer bewoners van Pernis van. Hij organiseert als vrijwilliger veel activiteiten voor hen. Zo is hij bekend van de middagen waarbij iedereen samen komt om betaalbaar te eten.”Ik kook vaak uit de Indische keuken,” vertelt hij. Daarnaast organiseert hij een vrijwilligersdag en bingo- en dansavonden of middagen. De meeste activiteiten die hij organiseert zijn voor iedereen, maar hij organiseert speciale activiteiten voor eenzame ouderen. “En het is altijd vol, vaak is er zelfs een wachtlijst. Mensen rennen na het eten naar de bar om zich aan te melden voor de volgende keer.” Al deze evenementen organiseert hij samen met een team. Zo heeft Joop bijvoorbeeld hulp in de keuken en voor de bar. Maar het bedenken, de boodschappen en de subsidies regelt hij zelf. “Dat is ook mijn karakter hoor, ik vraag niet vaak om hulp. Ik kan een fel baasje zijn dus ik werk alleen met mensen die mij kunnen verdragen; mijn karakter is voor sommigen wat lastig.”
Van jointjes tot senioren
De bewoners uit de wijk die hij verbindt, zijn heel verschillend. “We hebben veel ouderen die hier al heel lang wonen, toen Pernis nog een dorp was. Maar nu komen er ook veel nieuwe mensen in de wijk wonen, dus ook veel jongeren.” Dat zorgt nog wel eens voor wrijving. “Zo roken ze wel eens een jointje. Ik gun het ze van harte hoor, maar liever niet bij mij in het complex. Ze laten ook veel afval achter. De straat waarin ik woon mag levendig genoemd worden. Sinds ik daar woon, heb ik nog nooit zoveel politie gezien.”
Volgens Joop is iedereen welkom in Pernis, maar het liefst ziet hij wel dat in bepaalde appartementen alleen ouderen kunnen wonen. “Zo heb ik een appartement gekocht in een complex dat aangepast zou zijn voor ouderen, maar toch plaatste Woonbron gezinnen met kinderen.”
Van islamitisch tot het oostblok
Qua nationaliteiten is Pernis heel gemengd. “We hebben veel nationaliteiten in ‘ons dorp’, onder de ouderen veel Indische.” De nationaliteiten in Pernis leven samen zonder problemen. “Als ik kook voor de bewoners en sommigen willen halal eten omdat ze islamitisch zijn, is dat geen probleem. We houden rekening met iedereen.” Natuurlijk wordt er wel eens gemopperd. “Bijvoorbeeld over woningen waar eigenlijk gezinnen moeten wonen, maar die misbruikt worden om bijvoorbeeld mensen uit het Oostblok in groepen onder te brengen.”
Het Pernissertje
Naast het samenbrengen van bewoners door activiteiten, runt hij ook de Wijkkrant het Pernissertje. “Ooit benaderde iemand uit de Wijkraad mij. Het Pernissertje was toen net gesneuveld en ze vroegen me die weer op te pakken. Nou, dat wilde ik wel doen.” Nu vijftien jaar later schrijft de krant zich bijna zelf: de mailbox van Joop zit vol met input vanuit de bewoners van Pernis.
Terugdoen
Zo kent iedereen Joop. “Vele bewoners bellen me om te vragen wat wanneer plaatsvindt. Ook zeggen ze vaak tegen mij of mijn vrouw dat ik lekker gekookt heb. Zo krijg ik er veel voor terug.” Toen hij een tijdje stopte met zijn activiteiten vanwege gebrek aan steun van de beheerder, werd hij ook erg gemist. “Iedereen vroeg me wat er gebeurd is.” Nu is hij terug en organiseert hij weer zijn activiteiten als vanouds. “Ik heb mijn hele leven lang geld verdiend aan de gemeenschap, en nu wil ik wat terugdoen. En ik heb graag mijn vrijheid en dat heb ik in dit werk. Want ik zet graag gewoon door wat ik wil.” Voor nu doet Joop het vrijwilligerswerk dan ook met groot plezier. Al voelt ook hij dat hij ouder wordt. “En ik mag er sowieso niet meer bijnemen van mijn vrouw, want dan wil ze scheiden,” lacht hij.
Gelukkig kent Pernis veel vrijwilligers die in de wijk actief zijn. “De wijk kent heel veel verenigingen; daar werkt iedereen vrijwillig. Ik denk dat dat voortkomt uit het dorpsgevoel uit de tijd dat Pernis een apart dorp was.”
Samenwerken en ondersteuning
Joop is dus bekend en thuis in Pernis. Hij kent de wijk dan ook door en door. Wat zou Joop gunnen voor de wijk? “Meer samenwerking. Nu organiseren sommige verenigingen op dezelfde dag activiteiten. Dat is jammer, want dan hebben we samen maar een deel van de bezoekers. Het zou mooi zijn als er op dat punt coördinatie zijn. Hier zou bijvoorbeeld de beheerder Dock een rol kunnen spelen.”
