Selecteer een pagina

“Mensen waarderen mij echt op kantoor, ze willen je laten groeien. Dat is in San Marino en Italië niet."

San Marino, Annalisa

“Hier kun je veel Italiaanse producten krijgen, maar niet van de traditionele kwaliteit,” zegt Annalisa uit San Marino, een microstaatje in Italië. Ze spreekt dan ook vaak over San Marino of Italiaans. “Omdat de culturen zo op elkaar lijken.” Haar vader uit San Marino en moeder uit Nederland hebben elkaar ontmoet op een uitwisseling in Malta. Daarna gingen ze na een lange afstandsrelatie en samenwonen in San Marino, waar ze nog steeds wonen. Daar kregen ze Annalisa.

Voor haar studie verhuisde ze naar Milaan en ze bleef daar voor haar eerste baan. “Ik vond het werk wel leuk maar ik wilde iets anders proberen. Ik wilde naar een land met goede kansen op het werk en waar dingen goed geregeld zijn. En ik kende Nederland goed; we gingen in mijn kindertijd al elk jaar in Nederland, waar ik ook familie heb.”

Ook sprak ze de taal al redelijk. “Mijn moeder kon nog niet goed Italiaans spreken toen ze mij kreeg dus de eerste taal de ik geleerd heb, is Nederlands. Pas toen ik vijf of zes was, toen ik naar school ging en mijn moeder ook Italiaans leerde, werd het meer Italiaans.” Naast de bekendheid, taal en familie, lokte ook een speciaal bedrijf haar naar Nederland. “Ik wilde in de financiële sector werken en er was een Nederlands bedrijf dat daarin werkte dat ik supergaaf vond.” Ze solliciteerde, kreeg daar een baan en verhuisde ze zo’n vier jaar geleden. 

Groot en divers Rotterdam

Hoewel het bedrijf in Rotterdam gevestigd was, woonde Annelisa in Den Haag. “Omdat mijn nichtje daar woonde en het me wel leuk leek om iemand te kennen in de stad. Maar het werd lastig om voor mij elke dag heen en weer te gaan. En Rotterdam is sowieso een coole stad dus heb ik toch dat geprobeerd.”

Ze verhuisde naar Rotterdam en was onder de indruk van de grootte en de diversiteit. “San Marino is heel klein met 33.000 mensen, dus dat is een groot verschil met Rotterdam. Ook kennen wij de diversiteit van Rotterdam niet in San Marino.” Die vindt ze wel leuk, vooral omdat dat zorgt dat ze producten uit verschillende keukens kan halen. “Ik hou van koken. En ik mis het eten vanuit huis. Dus het is leuk dat ik hier producten kan kopen waarmee ik recepten vanuit thuis kan maken, al zijn veel aangepast en niet traditioneel.”

Werk- en privébalans en volle agenda’s

Naast de diversiteit, waardeert ze ook de goede werk- en privébalans van ons land. “Mensen waarderen mij echt op kantoor, ze willen je laten groeien. Dat is in San Marino en Italië niet. Daar werk je meer maar je krijgt er minder energie, vertrouwen en groeikansen voor terug. Ik vind het fijn dat de mensen hier respect hebben voor jou als professional en persoon en je die twee kunt combineren.” 

Al is natuurlijk niet alles hier beter dan in San Marino of Italië. “Mensen hier zijn heel georganiseerd. Dat is leuk, maar ook moeilijk. Want in San Marino en Italië kun je spontaan afspreken. Hier zijn mensen die al een volle agenda hebben voor twee of drie weken.”

Italiaanse gemeenschap

Naast gerechten koken, probeert ze van Rotterdam een thuis te maken door een gemeenschap te vinden. “Ik probeerde mensen te vinden die op mij lijken. San Marinese vrienden vinden is moeilijk want er zijn er zo weinig, maar ik heb wel veel Italiaans sprekende vrienden.” Ook reist Annelisa nog een paar keer per jaar naar San Marino om daar haar vrienden te zien. Verder laat ze de cultuur van San Marino vooral daar. “Feestdagen uit San Marino zijn hier vaak een werkdag. En de cultuur is verder niet veel anders.”

Nederlands spreken op de oogstmarkt

Inmiddels voelt ze zich dus goed thuis in Rotterdam. Ze heeft haar Nederlands weer opgepakt, dat een beetje was verstoft. “Want de laatste twintig jaar sprak ik steeds minder Nederlands. En op werk en met vrienden spreek ik vooral Engels.” Toch deed ze moeite de taal weer op te pakken. “Als je hier in transitie bent, max twee jaar, hoeft het natuurlijk niet, maar als je langer wilt blijven, wil ik wel de taal spreken. Zo kun je praten met mensen die je tegenkomt in een bar of winkel; ik zou het niet leuk vinden om dan niets te begrijpen. Als je die taal spreekt, voel je ook dat je erbij hoort.”

Ook heeft ze al een favoriete plek in Rotterdam gevonden. “Ik vind het leuk om bij mooi weer op zaterdag naar de oogstmarkt in Rotterdam Noord te gaan en daar koffie te drinken en wat boodschappen doen van echt goede kwaliteit.”

Ze is dan ook van plan te blijven, vooral nu ze met haar familie hier een eigen bedrijf heeft opgezet. “Dat gaat supergoed! Iedereen brengt zijn eigen krachten daarin mee, dat is leuk om te zien. Daarnaast vind ik mijn werk en de stad leuk dus ik heb geen goede reden om weg te gaan.”

Want to read more stories?