“Ik ben niet Nederlands, maar Zuid-Afrikaans,” zegt Sindiswa. Ze ontmoette haar huidige Nederlandse man toen hij voor werk in Zuid-Afrika was. Eerst woonden ze vier jaar samen in Zuid-Afrika. “Om te kijken of het zou werken. Dat deed het, dus in 1999 besloten we om naar Nederland te verhuizen. Want mijn man had geen visum meer om in Zuid-Afrika te blijven.”
Ze kwamen terecht in Amersfoort, waarna ze verhuisden naar Spijkenisse. “We hadden al vier kinderen dus een groot huis nodig. En daar konden we goedkoper een groter huis vinden.” Helaas strandde het huwelijk daar.
Alleen opvoeden
Sindiswa vond in 2011 een nieuw huis voor zichzelf en haar inmiddels zes kinderen in Rozenburg. Daar adopteerde ze nog een kind. Het grote gezin was niet wat ze eigenlijk als stel hadden gepland voor hun leven in Nederland. “Mijn ex had duizend keer in Zuid-Afrika tegen mij gezegd: hier woon je klein, hier heb je geen groot gezin.” Toch schrok ze toen ze zag hoe Nederland er echt uit zag. “Ik dacht: waar de boerderij? De ruimte voor dieren, groente en fruitbomen? Alles is zo klein. Ik dacht: hoe ga ik dit oplossen?”
Toch was haar wens voor kinderen en haar Zuid-Afrikaanse gevoel en behoefte aan warmte sterker en zorgde ze voor een groot gezin. Maar Sindiswa merkt: het leven in Nederland met een groot gezin is lastig. “In Nederland is alles strak en gepland. En kinderen worden alleen opgevoed door de ouders. In Zuid-Afrika zijn ze van iedereen: je kunt gewoon je kinderen vrij rond laten lopen, anderen nemen de opvoeding automatisch over. Opvoeden doe je samen als gemeenschap. Dat mis ik hier.”
Thuis voelen door de taal en Zuid-Afrikanen
Om zich beter thuis te voelen, besloot ze Nederlands te leren. “Ik ben naar school gegaan om Nederlands te leren en daar heb ik vrienden gemaakt.” Ook vond ze steun bij andere Zuid-Afrikaanse vrouwen die ook naar Nederland waren verhuisd. “In Zuid-Afrika had ik vijf andere vriendinnen die allemaal met een Nederlandse man zijn getrouwd. Ze kwamen een voor een naar Nederland,” lacht ze. “We deden allemaal ons best om ons thuis te voelen, maar die eenzaamheid bleef.”
Ook vond ze steun bij de kerk. Daar ontmoette ze nieuwe mensen, die zelfs later als familie aanvoelden. “In de kerk kreeg ik een moeder. Ik noem haar nog steeds mama.” Deze vrouw hielp haar veel, vooral met haar kinderen. En als ik het moeilijk had, bad de dominee met mij.” Ondanks dat Rozenburg een kerk heeft, gaat ze nog steeds elke zondag naar die van Spijkenisse. Ook gaat ze daar naar de voedselbank. “Voor boodschappen en kleding ga ik naar Rotterdam. En daar heb ik ook mijn kinderen wonen.”
Rotterdammer
In Rotterdam heeft ze ook nieuwe dingen geleerd en ontdekt. Zo houdt ze van de festivals, de kleuren, de muziek en de sfeer. “Ik vind het Zomercarnaval geweldig.” Met de Rotterdampas ontdekt ze veel activiteiten in de stad. “Dan geniet je echt van wat Rotterdam te bieden heeft.” Ze voelt zich dan ook Rotterdammer. “Maar een Zuid-Afrikaanse Rotterdammer,” lacht ze.
Ze houdt dan ook nog veel vast aan haar Zuid-Afrikaanse DNA. “Bijvoorbeeld de warmte en vrolijkheid . Dat merkt iedereen om me heen. Mijn huis staat altijd open voor anderen. Ik heb altijd eten klaar in de koelkast,” lacht ze. Ook muziek, dans en eten spelen een grote rol. “Ik dans graag, ik zing graag, vooral in de kerk.”
100% Zuid-Afrikaans
Sindiswa wil bewust geen Nederlandse nationaliteit aanvragen. “Je wordt geboren in een land en die nationaliteit heb je. Ik vind het raar dat je verhuist naar een land en dan die nationaliteit over kan nemen. Ook al woon ik in Nederland, ik ben Zuid-Afrikaans.” En daar is ze trots op; het geeft haar een gevoel van identiteit.
Toch is teruggaan naar Zuid-Afrika voor haar geen optie meer. “Ik heb mijn kinderen hier en ik ben oma van bijna zes kleinkinderen. Zij houden mij hier.”
